Schermafbeelding logo Carin Ransijn

Gedurende de jaren dat ik pianoles geef heb ik vele mooie, ontroerende, bijzondere en interessante ervaringen opgedaan. Een aantal daarvan heb ik hier opgeschreven. Klik op de titel en de ervaring verschijnt.
Veel leesplezier.

Het begin


Als je iets nieuws wilt leren, moet je ergens beginnen. Ik begin hier. Met een soort blog. Nog nooit gedaan, maar mogelijk interessant voor de lezer. Ik wil het namelijk gaan hebben over piano leren spelen. En dan niet zomaar. Maar specifiek over leren pianospelen en hoogbegaafd zijn of dyslexie hebben. Waarom? Omdat ik, in de ruim 12 jaar dat ik pianolessen geef, relatief veel leerlingen heb (gehad) die hier mee moe(s)ten (leren) omgaan. En in die jaren is gebleken dat daar een hele andere manier van lesgeven voor nodig is.
Hier wil ik mijn ervaringen delen. Omdat is gebleken dat er behoefte is aan die informatie. Met name de mensen die er mee te maken hebben, zoeken naar antwoorden. Zij zelf of hun kinderen lopen tegen muren op die ze willen afbreken zodat zij door kunnen. Ze maken ergens een begin mee en lopen dan vast door hun ‘anders’ zijn. ‘Anders’ ... een leuk onderwerp voor de volgende keer.

Anders


Relatief veel van mijn leerlingen zijn meer- of hoogbegaafd en/of hebben dyslexie. Soms is dit aangetoond. Soms bestaat alleen het vermoeden ervan. Zeker is in ieder geval dat die leerlingen op een bepaald punt vastlopen. Een gevoel van falen. Een gevoel van onkunde (Ik leer het nooit. Ik kan het niet.) In de regel kunnen deze leerlingen prima leren, sterker nog, kunnen het vaak heel goed. Maar toch gaat het niet zoals in de lijn der verwachting zou liggen, omdat er ‘iets’ in de weg zit.
Samen gaan we dan op zoek naar de achterliggende reden. Want vaak blijkt dat de leerling zich minder snel ontwikkelt dan een gemiddelde andere leerling of zich juist sneller ontwikkelt op het gebied van pianospelen, maar toch niet verder komt. En dan blijkt dat hij of zij anders leert. Anders denkt. Anders ontdekt. Niet fout of beter; anders ...

Hoogbegaafden kunnen sneller denken en meer onthouden dan veel mensen. Er is een andere manier van leren en een andere manier van problemen benaderen. Mensen met dyslexie / dyscalculie kunnen vaak heel goed onthouden en hebben in de loop der jaren ook een heel creatieve manier ontwikkeld om makkelijker te kunnen lezen of rekenen. Beiden zijn vaak beelddenkers en hebben aan veel verbale uitleg niet zoveel. De lesstof wordt niet begrepen of onthouden en frustratie ligt op de loer.
Zij hebben baat bij vergelijkingen, bij omschrijvingen (Je loopt door een donker bos en je hoort iets kraken. Je vindt het spannend - Als je je zo voelt, hoe zou je dit liedje kunnen spelen? Vertel dat verhaaltje maar met jouw vingers). Leerlingen met dyslexie hebben baat bij letterlijk beeld; een video-opname van het te spelen stuk. Letterlijk zien waar de vingers naar toe moeten. En dan dansend over de toetsen; muziek maken. Ver voorbij de notatie. Hoe mooi is dat?

Beelddenken


Heel veel mensen met dyslexie of hoogbegaafden zijn beelddenkers. Beelddenken is denken in beelden en gebeurtenissen, niet in woorden en begrippen. Beelddenken is ruimtelijk denken. Daardoor overziet een beelddenker snel het geheel en kan vlot een oplossing bedenken. Het onder woorden brengen van die oplossing is alleen lastig. Het zien van beelden is namelijk een vluggere manier van denken dan het omschrijven ervan in woorden.

Slechts 5% van de bevolking is beelddenker. De overige 95% is woorddenker. Informatie komt op een andere manier binnen en wordt anders verwerkt. Daardoor kunnen problemen ontstaan bij een verbale manier van onderwijzen. Denk aan een trage, soms afwezige indruk, moeite met teveel (verbale) instructies tegelijk en/of moeite hebben met automatiseren. Als ik een nieuwe leerling in mijn lespraktijk krijg met deze ‘symptomen’ dan gaan mijn voelsprieten overeind staan. Snel daarna blijkt dan vaak dat mijn vermoedens van beelddenken en/of hoogbegaafd/dyslectisch zijn te kloppen en zal ik mijn manier van lesgeven aanpassen. Vaak is dat voor de leerling een opluchting: ‘(zucht) eindelijk iemand die mij begrijpt.’ Een mooier cadeautje kun je niet krijgen.

Goed - beter - best


De vakantie is weer voorbij en de lessen zijn weer begonnen. Sommige leerlingen zijn op vakantie geweest, maar de meeste waren lekker thuis. Ervaring leert dat er weinig gestudeerd is. Vaak is er wel piano gespeeld, maar alleen de stukken die al bekend zijn. Vind ik geen probleem, want plezier in spelen vind ik belangrijker dan iets nieuws leren. Maar als ze weer op les komen, krijg ik vaak smoesjes: ‘Ik vond het zo moeilijk.’ ‘Ik was een nachtje logeren en daarom kon ik niet spelen.’ ‘Het is een saai liedje.’ Enzovoorts.

Onderliggende reden is vaak dat de leerling tot de conclusie is gekomen dat hij of zij de lesstof niet voldoende beheerst. Aangezien deze leerlingen vaak (zeer) faalangstig zijn, durven ze niet te zeggen dat ze niet voldoende gestudeerd hebben. Het is een kwestie van tijd dat zij inzien dat ik niet boos word als zij een keer wat minder gestudeerd hebben.
Vaak ga ik in zo’n situatie een gesprek aan en probeer ze te laten inzien dat zij excuses koppelen aan het gevoel van falen; ‘Je hebt minder tijd genomen om te studeren, wat op zich prima is voor een keertje, en kan het daardoor nu niet zo goed als je zou willen. Dat heeft niets of slechts gedeeltelijk te maken met dat ene nachtje logeren. Ik denk dat je dit liedje stom vindt, omdat je het nog niet spelen kunt.’ Etcetera.

In de loop der tijd (en dat kan heel lang duren) worden leerlingen opener naar mij toe en gaan zelf zien dat zij iets niet kunnen spelen, omdat zij de vaardigheid nog niet beheersen. Er is simpelweg te weinig gestudeerd om het al te kunnen spelen. En dit alles heeft niets met hun persoonlijkheid te maken (‘Ik deug niet, want ik kan iets niet’). Het enige dat er aan schort, is dat zij nog niet kunnen spelen wat er op de planning stond.

De leerlingen vindt het maar moeilijk te aanvaarden dat zij niet het gevoel hoeven te hebben te falen. Zij kunnen namelijk iets niet. In hun beleving moeten ze alles kunnen of minstens net zo goed of eigenlijk beter zijn dan een ander. Mijn vraag is dan standaard: ‘Heb je jouw best gedaan?’ Is het antwoord ‘Ja’, dan is er geen probleem, want beter dan jouw best kun je niet doen. Is het antwoord ‘Nee’, dan weet je hoe het komt dat je iets nog niet kunt spelen en wat je kunt doen om dat de volgende keer wel te kunnen.

Discipline


Vandaag is het na vele dagen regen weer eens droog. Het is heerlijk weer met zo’n zonnetje die je gewoonweg naar buiten trèkt. Vanmorgen had ik nog een mooi smoesje: het is zulk mooi weer en het onkruid staat zo hoog. Ik móet gewoon in mijn tuin aan de gang. Vanmiddag ga ik wel achter de computer...
Het voordeel van zelfstandige zijn, is dat je de tijd zelf kunt indelen. Het nadeel van zelfstandige zijn, is dat je jezelf af en toe een schop onder je kont moet geven, omdat er niemand anders is die dat doet. Discipline dus.

De leerlingen in mijn praktijk zijn met name kinderen. Vaak krijgen zij de figuurlijke schop onder de kont van hun ouders, ‘want je hebt bijna weer pianoles’. Wat ik dan meekrijg tijdens de les is dat het kind hard gestudeerd heeft. Toch kunnen ze dan de opgegeven lesstof niet altijd spelen. Ze hebben er voldoende tijd in gestoken, maar zijn blijven hangen in ‘doorspelen’, de nootjes ongeveer van begin tot eind doornemen. Maar dat is geen studeren. Daarvoor is namelijk discipline nodig; herhalen, herhalen, herhalen. De moeilijk stukjes (vaak 1 of 2 maten) automatiseren.

En dat is lastig. De leerlingen met dyslexie hebben dit wel geleerd: doorzetten. Nog een keer. En als het moet nog wel tien keer. Maar de hoogbegaafden onder mijn leerlingen kunnen heel veel zonder enige inspanning; ze kijken een keer en weten/kunnen het dan. Zo niet bij het bespelen van een instrument. Daar zit namelijk ook nog een stuk motoriek. En dat moet je trainen.
De uitdaging voor mij is om de leerling zover te krijgen dat hij of zij intrinsiek gemotiveerd is: motivatie van binnenuit. Want als zij zelf iets willen kunnen, zal het makkelijker zijn om door te zetten dan als zij iets niet willen. Dan kun je het opbrengen om te automatiseren, te herhalen, gedisciplineerd te studeren.

Nu die volwassen leerlingen nog. Zij willen best wel studeren, want zij snappen feilloos dat zij discipline nodig hebben om het te leren. Er is alleen niemand die hen de figuurlijke schop onder de kont kan geven, behalve zijzelf. En ik natuurlijk ;-D

Frustratie-tolerantie


Hoogbegaafden hebben erg veel moeite om te automatiseren. Vaak kijken ze één keer goed naar datgene wat ze willen kunnen en kunnen het dan ook. Als er meer moeite gedaan moet worden, haken ze af. Ze komen dan namelijk snel hun frustratiedrempel tegen, want ze hebben nooit echt door hoeven zetten. Frustratiedrempel of -tolerantie wil zeggen dat je tegenslagen kunt opvangen. Dat je niet door frustratie van streek raakt of dat je er bijvoorbeeld (niet) chagrijnig van wordt. Frustratie groeit, omdat iets tegen zit of niet snel genoeg gaat naar jouw zin. Als je niet geleerd hebt daar mee om te gaan, kan een lage impulsbeheersing er voor zorgen dat je jouw boeken op de grond smijt of hard op de toetsen gaat beuken (doe ik altijd :O)
Soms wordt ook wel gesproken over ‘angst voor ongemak’ als je het over een lage frustrate-intolerantie hebt. Zowel hoogbegaafden als dyslectici kunnen hier last van hebben, omdat zij, vaak door gebrek aan ervaring, de neiging hebben om te snel te denken dat de dingen te moeilijk of te lastig voor hen zijn. Daardoor komt vaak uitstelgedrag om, bijvoorbeeld, te gaan studeren op die ene maat die zo lastig is. In plaats van eraan te beginnen, zodat het zo snel mogelijk achter de rug is, wordt het uitgesteld en benadrukt dat het zo vervelend is. Het effect mag duidelijk zijn: ontevredenheid en onrust, omdat de lesstof nog steeds niet beheerst wordt.

Dramaqueen


Maartje kwam bij mij op les toen zij 5 jaar oud was. Ik ben er niet zo voor om op zo’n jonge leeftijd te beginnen, omdat de kinderen vaak nog niet voldoende discipline en doorzettingsvermogen hebben om te oefenen. Maartje had echter een paar jaar in Amerika gewoond en kwam nu in Nederland in het onderwijs niet voldoende aan haar trekken. Duidelijk hoogbegaafd, faalangstig en een enorme dramaqueen. Haar docenten op school hadden het zo met haar te doen als ze iets niet in 1 keer kon; ‘achach, meisje, vind je het zo lastig? Zullen we maar iets makkelijkers gaan doen dan?’

En toen kwam ze bij mij. Met een klein beetje pianobagage kwam zij leren pianospelen. Lekker vrolijk en stuiterend kwam zij naar de lessen. Tot les 3 ... Ze was niet toegekomen aan het laatste liedje en vanaf het begin van de les was ze in mineurstemming. Allemaal smoesjes kwamen naar boven. Het was te moeilijk. Ze zou het nooit leren. Het was een stom liedje.
En toch moest ze het spelen van mij, de bruut. Ik vertelde haar dat het voor haar niet moeilijk zou zijn als ze 1 keer goed zou kijken. Dat ze er wellicht niet aan toegekomen was om dit liedje te oefenen en dat dit helemaal geen probleem was. Maar ze weigerde het te proberen.

Maar ik ben haar docent op school niet en verlangde van haar dat zij het zou proberen. Dikke tranen, plukken aan haar kleren, een rood hoofd van paniek. De faalangst droop er vanaf. Na een half uur tegensputteren gaf ze zich gewonnen, keek 1 keer goed en speelde het stukje foutloos. Of ze het een lastig stukje vond; nee joh, dit is hartstikke makkelijk. Of ze het een stom liedje vond; nee joh, het klinkt toch grappig? Of ze thuis geen tijd had gehad of geen zin had gehad om er 1 keer goed naar te kijken; ... geen zin.
Oké, dan weet je de volgende keer hoe het anders kan.

Inmiddels zijn we 2 jaar verder. De dramaqueen heeft geleerd dat huilen en tegensputteren geen zin heeft bij mij. Ze probeert het nog wel eens, maar geeft het binnen een minuut op.
Haar broertje is net vier jaar geworden en heeft sinds twee weken pianoles. Een heel ander portret dan zij, maar ook daar ga ik een leuke uitdaging mee aan. Ook hij is namelijk heel erg goed in afleiden. Hij weet alleen nog niet dat dit bij mij niet werkt.

Faalangst


Kinderen die hoogbegaafd zijn, zijn vrijwel allemaal faalangstig. Zij kunnen namelijk vaak alles in één keer. Ze kijken een keer goed of iets wordt één keer uitgelegd en ze snappen het. Bij piano spelen gaat dat niet op. Er is namelijk ook nog zoiets als motoriek; er moet geoefend worden om iets te kunnen spelen op de toetsen.
Zo kan het gebeuren (automatiseren is namelijk zooo stom) dat na twee keer het liedje doorspelen de vingers niet willen doen wat het hoofd al lang weet. Frustratie alom. Ze snappen wat ze moeten doen, maar het lukt niet. En ze vinden dat ze het met twee keer spelen al vaker hebben geoefend dan nodig is. Ze zijn dus per definitie dom. Of slecht in piano spelen. Of ze weten zeker dat zíj dit nooit kunnen leren.

Ik heb heel wat gesprekken gevoerd met leerlingen om hen te laten inzien dat zij niet dom zijn als iets niet lukt. Ze hebben een gebrek aan vaardigheden. En dat gebrek koppelen zij aan hun persoonlijkheid (‘ik ben dom’). Ik zie het als mijn taak om deze leerlingen te laten inzien dat zij deze koppeling maken.

Dus ik leer hen te verliezen, te lachen om fouten. En ik leer hen het creatieve voordeel van fouten te ontdekken. Daarmee krijgen zij namelijk een handvat om door te zetten. Om tòch te automatiseren en hun intrinsieke motivatie te vinden. En uiteindelijk in te zien dat ook zíj kunnen leren pianospelen.

Automatiseren en dyslexie


Het is in de vorige ervaringen al diverse keren langs gekomen: automatiseren. Automatiseren is een onderdeel van een leerproces. Door regelmatige oefening en herhaling van het te leren gedeelte zal het tempo van kunnen of kennen verhoogd worden. Denk aan rekentafels ‘stampen’ en Franse woordjes of topografie leren. Door het vele herhalen wordt het te leren gedeelte steeds sneller uitgevoerd c.q. herkend en kan het ‘automatisch’ gereproduceerd worden.

Mensen met dyslexie kunnen herhalen wat ze willen, maar, afhankelijk van de mate van dyslexie, moeten ze toch steeds bepaalde dingen weer opnieuw uitzoeken. Zo kunnen sommige van mijn leerlingen prima noten lezen, maar lopen vast als er teveel noten tegelijk op de bladzijde staan. Het afplakken met Post-it-papiertjes kan hen helpen om hen overzicht te geven in de oefenperiode. Vaak leren ze moeilijke gedeeltes uit hun hoofd waardoor het gehele muziekstuk toch gereproduceerd kan worden.
Andere leerlingen van mij hebben zoveel moeite met noten lezen dat zij iedere keer opnieuw weer uit moeten rekenen waar een bepaalde noot staat. Dit is niet alleen frustrerend voor de leerling, maar ook funest voor het kunnen doorspelen en daarmee herkennen van een melodie of muziekstuk. Het zal niet verbazen dat de frustratie wint van de motivatie en deze leerlingen op een bepaald moment zullen stoppen met pianoles.

Sinds een aantal maanden werk ik met deze leerlingen met video-opnames. Ik neem het nieuwe speelstuk op op film in een langzaam en sneller tempo en zet dat in een verborgen link op YouTube. De leerlingen gaan daar thuis mee aan de gang en combineren daar kijken met noten lezen waarna het muziekstuk gereproduceerd kan worden. Door het zien van het beeld en horen van het bijbehorende geluid wordt al onbewust een voorstelling gemaakt van hoe het kan gaan klinken. Als zij dan zonder film zelf proberen om het stuk te spelen, al is het vele malen langzamer, horen zij waar eventuele fouten zitten en kan dat specifieke deel gecorrigeerd c.q. opnieuw uitgezocht worden.
De motivatie om verder te gaan met het pianospelen is op deze manier een stuk hoger. Zeker als ik vasthoud aan muziekstukken van maximaal 2 bladzijden, gaat de motivatie omhoog. Zij zijn namelijk gemiddeld toch wat langer bezig om een muziekstuk te leren en als dat langer duurt dan een week of vier, komt dat stuk op den duur hun neus uit en vervliegt de motivatie. Iedere leerling is natuurlijk anders, maar dit lijkt vooralsnog goed te werken.

Automatiseren en hoogbegaafd


In de vorige ervaring heb ik het automatiseren en dyslexie beschreven. Deze week zijn de hoogbegaafden aan de beurt. Hoogbegaafden en automatiseren. Het blijft een lastige combinatie. Hoogbegaafden hebben namelijk niet altijd geleerd om door te zetten. Ze hebben niet altijd de discipline om nog een keer hetzelfde door te nemen. Zij doen of leren namelijk heel erg snel en begrijpen vaak in één keer de lesstof.

Zo ook bij pianoles. Ze begrijpen het direct. Weten ook direct hoe ze het moeten toepassen. Maar dan loopt het spaak. Hun vingers doen namelijk niet wat hun hoofd al weet. Bovendien willen de leerlingen het al kunnen voordat zij er aan beginnen. Vooruit, een keertje kijken willen ze nog wel. Maar herhalen? Ik snap het toch?

Ja, je snapt het. Maar jouw vingers nog niet. Die hebben herhaling nodig; automatiseren. Twee keer, drie keer, misschien 25 keer. Neeeee! Paniek! Ik ben dom! Ik leer het nooit! Dit is een stom liedje. Dit is te moeilijk voor mij ...

Ik heb het allemaal langs horen komen. Vaak volgt daar weer een heel gesprek op. Over neurotransmitters in de hersenen en verbindingen tussen de linker en rechter hersenhelft. Dat dit getraind moet worden net als de spieren van sporters, etc. Vaak gooi ik er nog een portie humor overheen: Probeer het nog eens een keer ... Goed zo. En nu doe je het nog een keer om het niet te vergeten ... om het leuke ... voor jezelf ...voor mij ... voor de buurvrouw ... omdat het zo’n leuk stukje is ... En zomaar hebben ze het stukje dan 5 of 6 keer herhaald. En dan kunnen ze het spelen. De paniek is weg. En ik heb er een glimlach voor terug gekregen. Nu moet ik ze nog zo ver zien te krijgen dat zij dit thuis ook doen.

Plannen


Zoals reeds eerder aangekondigd, zijn hoogbegaafden zeer snel in leren. Ze scannen iets even door, lezen even, weten iets gewoon al, etc. Lastiger wordt het als er meer lesstof doorgenomen moet worden. Zo zie je vaak dat hoogbegaafden in 5 VWO blijven zitten, omdat zij niet van tevoren hebben kunnen inschatten hoeveel tijd zij kwijt zijn aan het doornemen van de lesstof. En als zij dan op de universiteit terecht komen (slechts 12%(!) van de hoogbegaafden haalt een universitaire graad), lopen ze vast in planning; de dictaten zijn zo dik dat zij er op de ochtend van het tentamen achter komen dat zij in dat half uurtje de stof niet meer door kunnen nemen met onvoldoendes tot gevolg.

Plannen moet je leren. In de loop van jouw schoolcarrière leer je planmatig het werk te verdelen. Mijn leerlingen leren van mij ook om te plannen. Ik leer hen een manier aan om aan het einde van de week de lesstof te kunnen beheersen. Ik hak het te spelen liedje in stukjes en geef aan wanneer zij wat zouden kunnen oefenen met als resultaat dat zij het muziekstukje kunnen spelen. Later kunnen de leerlingen dit zelf inplannen en zie je een gestage groei in hun spel.

Hoogbegaafden hebben meer aanwijzingen en oefening nodig om te leren plannen. Ze snappen de lesstof dan wel in één blik, maar de motoriek wil niet altijd doen wat zij willen. Voor hen is dat het belangrijkste dat geoefend en gepland moet worden. Frustratie ligt daarbij op de loer, aangezien ze nooit zoveel moeite hoeven te doen om iets te kunnen of te weten. Doorzetten is daardoor lastig.

De enige manier om hun doorzettingsvermogen omhoog te krijgen of te houden, is uitdaging. Uitdaging in lesstof (leuke liedjes, bijvoorbeeld) en een uitdagende manier om te oefenen (humor helpt daar vaak bij).

En toen was de vakantie voorbij


Ook ik moet er aan geloven; de vakantie was heerlijk, maar nu mogen we weer lekker aan de gang met werk. De eerste lessen zijn gegeven en iedereen geeft aan er wel weer zin in te hebben. Een mooie smoes die ik reeds een paar keer gehoord heb: ik heb geen tijd gehad om te oefenen. Ik kan een glimlach dan niet onderdrukken. Zes weken vakantie en dan geen tijd hebben ...

Maar dat gaat niet op voor Maartje. Ze kwam zeer vrolijk binnen en begon al te spelen voordat ik was gaan zitten. Het ene stuk na het andere. Toen ik eindelijk even wat mocht vragen, gaf ze aan dat ze twee lesboeken had uitgespeeld en nog een aantal andere boeken had gepakt en daarin was begonnen. Haar ouders gaven aan dat ze elke vrije minuut achter de piano zit op dit moment.
Nou, dat kon ik wel merken. Waar ze voor de vakantie nog moeite had om het ritme goed te lezen, speelde ze nu alle liedjes foutloos in ritme en in toonhoogte. Het ene na het andere. Ze was trots en wilde alles laten horen. Er is nog een hoop winst te halen met de interpretatie van de muziek en haar techniek, maar de basis heeft zij zonder onder de knie.

Ik wist dat het snel kan gaan bij hoogbegaafden, maar ik was eigenlijk toch wel verrast dat zij in die paar weken vakantie zo’n stap vooruit had gemaakt. Ik zie wel vaker dat leerlingen op een bepaald punt blijven hangen en na een vakantie ineens doorhebben hoe de vork in de steel zit, maar dit is wel even van andere orde.

Nu komt het moeilijke voor ons beiden: ik zal een manier moeten vinden om haar te motiveren de stukjes muzikaler te leren spelen (niet alleen nootjes raffelen) en zij zal die uitdaging moeten gaan inzien waardoor zij dit uit zichzelf zal gaan leren toepassen.
Ik ben benieuwd hoe dat zich gaat ontwikkelen de komende tijd.

Eén keer goed kijken


We zijn weer ruim een week bezig sinds de vakantie (maar de vakantie lijkt al weer veeeeel langer geleden) en de eerste kraakjes en knorretjes beginnen alweer; zuchtende ouders die klagen over school en het daarmee gepaard gaande gedrag van hun kind. Vol goede moed begonnen in de volgende groep of klas en er na nog geen twee weken achter komen dat het nog steeds te saai is en te langzaam gaat.
Bij de pianolessen merk ik op dat de kinderen waar het hier om draait een beetje opstandig zijn. Ze hebben prima geoefend, hebben er zin in. Maar als ik hen corrigeer in hun spel of ik ga wat uitleggen, steken ze hun stekels op.

Afgelopen week las ik een stukje van Renata Hamsikova, IeKu Advies (www.ieku.nl) over herhalen van nieuwe lesstof op school. Houd je vast:
Een gemiddelde leerling moet iets 10-12 keer herhalen om iets te onthouden. Een hoogbegaafde leerling heeft GEEN tot 3 herhalingen nodig.
Een veel gehoorde reactie hierop is, dat het nodig is om te automatiseren en dus toch die 20 sommen gemaakt moeten worden, in plaats van 3.

Dit klopt gedeeltelijk; als een leerling bijvoorbeeld piano leert spelen, zal hij of zij dit moeten automatiseren en dus meerdere malen moeten herhalen om zo, wat men noemt, vingergeheugen te creëren.
Uitleggen hoe een ritme gaat, hoe de noten heten, waar de noten zitten, wat diverse muzikale tekens betekenen, etc. hoef ik vaak maar één keer. Herhaling is weinig tot niet nodig. Het automatiseren is eigenlijk alleen bedoeld voor de motoriek.

Maar dan moet de leerling wel eerst goed kijken wat er staan. Eén keer goed kijken, is voldoende. Maar goed kijken is moeilijk. Zeker als je op school steeds weer opnieuw geen nieuwe dingen leest. Waarom zou dat in het pianoboek anders zijn? Ik weet toch al lang wat er allemaal staat? Nee, je weet allang wat alles betekent. Je weet nog niet waar alles in dít liedje staat. Eén keer goed kijken en dan ben je al op de helft.
En daarna nog automatiseren ...

Dyslexie en motoriek


Ik heb een volwassen leerlinge, hoog- of meerbegaafd, en veel moeite met automatiseren. Zich kunnen zetten tot oefenen is een zware opgave, terwijl ze maar één keer goed hoeft te kijken om het te begrijpen. Maar die vingers willen maar niet. Ze is al een poosje bij mij op les, maar erg vooruit gaan doet ze niet meer. De stukken worden lastiger en de motoriek begint nu echt op te spelen.

Ondanks dat ik er behoorlijk alert op ben, ben ik mij nu pas bewust dat die motoriek-problemen mogelijk met een vorm van dyslexie te maken hebben. Haar oudste zoon heeft behoorlijke dyslexie en bij de jongste is er ook ‘iets’ in die trant. Na een opmerking van haar dat ze met de fiets was gevallen en dat ze altijd moeite heeft gehad met fietsen ging er bij mij pas een belletje rinkelen. De laatste weken heb ik bij haar mijn lesstijl aangepast. Werken met kleuren lijkt bij haar goed te werken dus daar is al winst te behalen.

Al speurend op internet kwam ik een voor haar bekend beeld tegen:
‘Handelingen zoals lopen, klimmen, schrijven of knippen lijken zo gewoon, maar kunnen sommige mensen soms veel moeite kosten. Het automatiseren van deze handelingen gaat niet zo vlot of makkelijk als je bij de leeftijd van de persoon zou verwachten.
Dit soort vaardigheden leert men door oefenen aan. Door het herhalen worden de gegevens die nodig zijn bij het uitvoeren van deze handelingen opgeslagen in de hersenen. De vaardigheid raakt dan geautomatiseerd en zonder er bewust over na te denken wordt deze uitgevoerd. Bij sommige mensen zijn deze vaardigheden na normaal oefenen niet geautomatiseerd.’

Dit is mogelijk bij mijn leerlinge aan de hand. Hoewel automatiseren voor haar moeilijk is vanwege haar (gebrek aan) discipline en doorzettingsvermogen, zou ze tijdens de les een voor haar moeilijk stukje na een paar keer herhalen toch echt wel moeten kunnen spelen.

Komende weken ga ik eens kijken hoe ik het voor haar makkelijker en aangenamer krijg om haar motoriek te automatiseren. Wellicht dat haar motivatie om thuis te oefenen iets omhoog gaat. Ze blijft hier lachend komen en gaan, maar het zou ook leuk zijn als ze hier wat leert, want dat is uiteindelijk toch waar ze voor komt.

Hulpverlener


Regelmatig krijg ik in mijn lespraktijk te horen dat ik meer doe dan pianoles geven. Eerst kon ik dat niet zo goed plaatsen. Ik geef ‘gewoon’ les en leer mensen pianospelen. Niets meer en niets minder. Maar dat bleek niet waar te zijn.

Inmiddels ben ik er achter dat ik ‘eigenwijs’ ben en een eigen wijze van lesgeven heb. Ik zit soms een halve of hele les te praten met een leerling. En ik heb nog wel eens een lang gesprek met ouders. Een leerling of ouders die zijn vastgelopen en op zoek zijn naar antwoorden. Antwoorden waarom iets gebeurt zoals het gebeurt. Antwoorden waarom zij zich voelen zoals zij zich voelen. Antwoorden waarom ze ergens tegenaan lopen wat zijzelf als zo logisch ervaren. En vooral: hoe kom ik er vanaf.

Gesprekken gaan over het anders zijn en het niet begrepen worden, omdat de leerling anders is, anders denkt, anders ervaart, etc. Het is pianoles-overschrijdend en vaak worden dagelijkse dingen besproken. Het effect is dan dat de leerling het gevoel krijgt dat hij of zij begrepen wordt en lekkerder in zijn of haar vel gaat zitten. Dat kan wel een poosje duren, maar zeker als ouders hun kind daarin begeleiden, kunnen er mooie dingen gebeuren.

Ik kan met een half uurtje les in de week niet zoveel veranderen, maar ik kan wel een zetje geven in een prettigere richting. Het balletje een duwtje geven. Zo heb ik een leerlinge die al 3 jaar bij mij op les komt. Met vallen en opstaan en het nodige contact met de ouders. Laatst kreeg ik te horen dat de ouders op school hadden aangedrongen dat er toch echt gekeken moest worden naar haar spelling; uit de toetsen bleek er niets mis te zijn, maar bij nader inzien bleek dat er wel degelijk iets mee aan de hand was. Ze krijgt er nu begeleiding voor en het gaat stukken beter met haar spelling.
Haar moeder kwam bij me en zei: ‘Carin, ik ben je zo dankbaar. Jij hebt dit altijd al gezegd. Ik heb dit gemeld op school en nu doet de school er eindelijk wat mee.’

Zo ben ik niet alleen docent, maar ook een beetje hulpverlener.

Motoriek en kennis


Regelmatig schiet het oefenen van de pianolessen er nog wel eens bij in. School wordt belangrijker gevonden of na een dag werken is men te moe om nog te studeren. Maar toch kan ik me niet voorstellen dat er geen 10 minuten te vinden zijn om te oefenen. Ten eerste omdat pianospelen juist energie kan geven; het is net als bij sporten. Je ziet er tegenop, maar als je het gedaan hebt, voel je je beter dan daarvoor; het geeft voldoening.
Ten tweede: tussen huiswerk door kan het zeer goed werken om even muziek te maken. Je bent even met hele andere dingen bezig waardoor je daarna andere taken juist weer sneller en/of geconcentreerder kunt maken.
En dan heb ik nog een derde punt waarom het bespelen van een instrument zo handig kan zijn om te leren:
Soms geef ik mijn leerlingen wel eens de opdracht om bijvoorbeeld hun Franse woordjes te leren en tegelijkertijd om de beurt een witte en een zwarte toets op de piano te spelen . Dit is moeilijker dan het lijkt, maar het effect is zo gaaf: de Franse woordjes beklijven beter. Er wordt sneller geleerd. Dit komt omdat er kennis aan motoriek wordt gekoppeld. Zo kan het ook helpen om een balspel te doen en bijvoorbeeld de tafel van 6 op te noemen. Het is een vorm van automatiseren dat veel sneller gaat dan 'stampen', omdat de frustratiedrempel veel hoger ligt. Bovendien ben je zoveel dingen tegelijk aan het doen dat je super geconcentreerd bent en bewust leert.

Dus wat nou geen tijd ;-)

Waarom moeilijk doen?


Vandaag een verhaaltje over Tigo. Tigo is 4 jaar oud en het broertje van Maartje. Tigo is wat ik noem een nogal bijzonder kind. Hij is ten eerste nogal jong om een instrument te leren bespelen, maar eerlijk gezegd vergeet ik nogal eens dat hij pas 4 jaar oud is. Zijn concentratie is tot 25 minuten uit te rekken, wat op die leeftijd toch wel bijzonder is. En tot slot is nog te melden dat hij aan slechts een halve uitleg voldoende heeft en daarna kan hij het te spelen stuk spelen. Hij vindt het niet altijd leuk om het zo te spelen, maar hij kan het wel.

Zo had hij laatst een stukje met twee kruizen. Hij zette zijn vingers goed en speelde alles zonder kruizen. Toen ik hem wilde uitleggen dat de noten veranderen als er een voorteken voor staat, zei hij dat hij dat al wist en speelde het stukje daarna moeiteloos met kruizen. Hij wist het wel, maar hij wilde het niet moeilijker maken dan het was. Hij had het ook zo druk in zijn hoofd. Want tijdens het spelen, moest hij ook nog naar de guppy’s kijken in het aquarium, met zijn benen wiebelen, terugdenken aan het Halloweenfeest op school en denken aan het snoepje dat hem door zijn moeder was beloofd. Ondertussen wilde hij ook nog weten wat er in de doos zat die onder tafel stond en waarom ik een andere printer heb. En hij moest ook nog even vertellen dat hij het lampje op de piano zo leuk vindt.

En dan nog steeds foutloos spelen ...

Hoogbegaafd en autisme


Ik heb net een webinar gevolgd over het verschil tussen hoogbegaafd zijn en autisme. Aangezien ik relatief veel hoogbegaafde leerlingen heb, leek mij dit een mooie bijscholing. Ik moet zeggen dat ik een groot deel al wist, maar dat er toch een aantal puntjes waren waar ik mijn aandacht (weer) wat meer op kan richten.

De boodschap van het verhaal was vooral dat de scheidingslijn tussen het vroegere Asperger (autisme met een iq hoger dan 70) en hoogbegaafd zijn soms maar moeilijk te zien is. Een kind dat hoogbegaafd is, kan altijd alleen zijn op het schoolplein. Het zou kunnen dat hij òf geen gelijkgestemden heeft om mee te spelen òf niemand heeft hem ooit geleerd hoe hij kan vragen om mee te doen. Je zou dan snel de conclusie kunnen trekken dat hij autistiforme trekjes heeft, omdat het maken van contact een belangrijk symptoom is van autisme.

Een kind kan ook de hele tijd zitten wiebelen of een enorme interesse hebben in bijvoorbeeld het lampje op de piano. Zijn aandacht kan helemaal naar dit lampje gaan, gewoon omdat hij wil weten waar het knopje zit. Een autistisch kind zou het knopje steeds willen indrukken om te kijken of het lichtje steeds weer aan en uit gaat en kan daar eigenlijk niet mee stoppen. Een hoogbegaafd kind zou voldoende kunnen hebben aan het weten waar dat knopje zit en daarna weer verder gaan met iets anders.

Heel veel typische hoogbegaafdentrekjes komen ook voor bij autisme. Het verschil is echter dat het bij een hoogbegaafde leerbaar is; een kind (of volwassene natuurlijk) kan leren hoe hij contact kan maken bijvoorbeeld. Bovendien kan het zomaar zijn dat er van enige problemen met het maken van contact helemaal geen sprake meer is op het moment dat het kind zich onder gelijken bevindt.

Als ik dit naar mijn pianolespraktijk vertaal, zie ik dat bij mijn leerlingen heel veel leerbaar is. Met name het gedrag van leerlingen is nog wel eens een puntje in de les. Alles wordt uit de kast gehaald om maar niet te laten blijken dat ze het gevoel hebben te falen. Dit gedrag is om te buigen door hen te leren hoe ze kunnen reageren zonder het gevoel van falen. Vaak is dit een langdurig leerproces, maar het blijkt toch altijd weer mogelijk.

Dyslexie en kleur


Erik is hoogbegaafd en behoorlijk dyslectisch. Met zijn inzicht heeft hij geleerd om noten te kunnen lezen en te spelen op de piano, maar loopt inmiddels steeds meer vast door de vele informatie die vaak op een pagina bladmuziek staat.

Zoekende naar een oplossing om het voor hem zo makkelijk mogelijk te maken, zijn we achter de computer gedoken. Ik had het lied ‘Let it go’ op YouTube met bladmuziek gevonden. Met enige aanpassingen zou dat voor hem te spelen moeten zijn.
Allereerst heb ik allemaal screenshots gemaakt en regel voor regel onder elkaar gezet. Daarna alle akkoordsymbolen, onnodige verbindingsbogen en dynamiek-tekens verwijderd. Dat zag er al een stuk rustiger voor hem uit.
Omdat de screenshots enigszins beige waren, had ik bedacht om de achtergrond ongeveer dezelfde kleur te geven, zodat het geheel nog wat rustiger zou ogen.

Bij mijn programma wordt een vlak altijd eerst blauw gekleurd en dat was ook hier het geval. Daarna is het mogelijk om alle kleuren in te stellen die je wilt. En wat schetst mijn verbazing? Erik zit naast mij en kijkt mee en roept ineens uit: dat ziet er makkelijk uit!
Ik helemaal verbaasd, want voor mij is dit niet echt veel overzichtelijker. Daarop voortbordurend hebben we de kleuren veranderd, maar blauw bleek overduidelijk de juiste kleur voor hem. (Het voorbeeld hieronder is wat onscherp vanwege de vele screenshots om een voorbeeld te maken.)

En het mooie was dat George er net zo over dacht. George is niet aangetoond dyslectisch, maar ik onderwijs hem wel alsof hij dit is aangezien hij er baat bij blijkt te hebben. De blauwe kleur maakte het lezen van de bladmuziek ook voor hem een stuk makkelijker.

Alle voortekens (vier mollen) heb ik daarna noot voor noot gemarkeerd met een markeerstift en beide heren kunnen het stuk nu met minder inspanning spelen. Helemaal trots en gelukkig en niet meer weg te slaan van de piano, want ‘eindelijk lukt het’.

Ik snap niets van die hersenen, maar het werkt wel. Daar wordt je toch enthousiast van? Leuk!

Schermafbeelding 2014-12-18 om 12.32.53

De kracht van muziek


‘Tien redenen om jouw muziekdocent te bedanken.’ Dat kwam ik ergens op internet tegen en geeft precies aan wat ik mijn leerlingen probeer te leren. Na een korte introductie worden er tien redenen gegeven om jouw muziekdocent te bedanken.

1. Een muziekdocent leert jou dat het oké is om fouten te maken
2. Een muziekdocent leert jou in jezelf te geloven en kalm te blijven onder druk
3. Een muziekdocent moedigt jou aan om jouw best te doen en duwt je naar jouw grenzen
4. Een muziekdocent vernietigd het cliché ‘oefening maakt perfect’
5. Een muziekdocent maakt het makkelijker om rekenen beter te begrijpen
6. Een muziekdocent maakt dat je verantwoordelijkheid neemt voor jouw acties
7. Een muziekdocent opent deuren naar iets dat het hele brein stimuleert
8. Een muziekdocent ziet het belang om nieuwe manieren te vinden om te groeien
9. Een muziekdocent laat zien dat muziek veel meer is dan iets om naar te luisteren op de achtergrond
10. Een muziekdocent laat een enorme toewijding zien in zijn/haar werk ...

(Het hele stuk is hier te lezen)

Regelmatig is 'muziekdocent' te vervangen door 'muziek'. De wetenschap heeft aangetoond dat muziek heel veel doet met jouw brein. Hieronder zie je een tekeningetje daarvan. De vraag die iedere muziekdocent zich altijd stelt, is de volgende: Waarom wordt muziekonderwijs wegbezuinigd ten voordele van met name reken- en taalonderwijs als uit onderzoek is gebleken dat muziek dit leren ondersteund en versneld? Ik heb er geen antwoord op.

12080147_10153752471794260_6326312860598736951_o

Lespraktijk


Mijn pianolespraktijk bestaat 12,5 jaar. Ik begon met één leerling die mij vroeg of ik haar les wilde geven. Een beetje vertwijfeld heb ik toen ja gezegd, omdat ik er toen nog niet bepaald van overtuigd was dat ik het kon. Piano was immers maar een bijvak voor mij geweest op het conservatorium.
Na enkele weken kreeg ik echter een man aan de telefoon; of ik zijn dochter les wilde geven. Tja, ik vond het wel erg leuk en ook zij kwam in mijn lespraktijk. Van lieverlee kwamen er steeds meer leerlingen bij. Niet omdat ik reclame maakte, maar omdat de leerlingen reclame maakten voor mij. En zo is een lespraktijk ontstaan die reeds vele leerlingen heeft mogen leren piano te spelen.

Pas een paar jaar geleden viel mij ineens iets op: mijn leerlingen zijn allemaal, op 1 na (of misschien toch ...?) hoogbegaafd of dyslectisch. Daar heb ik de leerlingen niet op uitgezocht, maar dat is gewoon zo ontstaan. Dat besef kwam omdat steeds meer mensen om mij heen zeiden dat ik meer ben dan een pianolesjuf. Daar had ik in eerste instantie een beetje weerstand tegen. Iedere docent doet het toch zo? Dacht ik. Maar toen ik daar eens over na ging denken, bleek dat ik toch anders lesgeef.

Naast het aanleren van alles wat met pianospelen samen hangt, ben ik ook coach. Het liefste samen met ouders (indien daar sprake van is). Soms raken we nauwelijks een noot aan en ben ik alleen maar in gesprek met de leerling. Over doorzetten, automatiseren, verdriet, vastlopen, paniek, bang zijn, boos zijn, anders zijn en al die andere onderwerpen die met hoogbegaafd en dyslectisch zijn samenvalt. Ik leer leerlingen studeren, herhalen, op andere manieren kijken. En ouders kunnen daar een enorme hulp bij zijn. Vaak vragen zij om meer informatie over hoogbegaafd en/of dyslectisch zijn. Ik geef hen kennis en samen coachen wij het kind naar een werkhouding die ook in zijn of haar schoolloopbaan en werk van pas kan komen.

Het is niet altijd een makkelijke weg, maar wel erg leuk en uitdagend. Vandaag had ik een leerling die motorisch ergens moeite mee had en na enkele keren herhalen prima wist wat die paar noten waren, maar alle noten, steeds in een andere volgorde, door elkaar husselde. En zij deed dit precies zo als één andere leerling. Kijk. Dan ga ik grijnzen, zoeken, spitten, denken; de overeenkomst is bijzonder. Hoe komt dit? Zo leuk. Ik hoop het een keer te ontdekken en daarmee een oplossing voor hen te kunnen vinden :-D

IMG_2788

Online lesgeven


Maartje en Tigo zijn gisteren voor het laatst bij mij geweest. Vanaf volgende week zitten ze bijna twee maanden in Amerika en daarna vertrekken ze voor drie jaar naar Rusland. Vader kon daar werk vinden en het hele gezin is dolenthousiast om daar te gaan wonen. Tot half mei was het spannend of het door zou gaan. Ze willen echt heel graag en de enige reden waarom ze niet weg wilden, zei moeder, was ik. Dat vind ik een supercompliment.

‘Jij bent namelijk duidelijker en meer-eisender dan de docenten om de kinderen heen en dat heeft positieve effecten op hun gedrag en hun leerwerk,’ zei ze. Daarom kwamen ze met de vraag of ik hen, alsjeblieft, via Skype of FaceTime les wil geven. Tja, dat is wel even andere koek, maar waarom niet geprobeerd? Het is weer een andere uitdaging. Ik kan de kinderen alleen niet meer laten voelen hoe een bepaalde aanslag is en ook het laten zien van bepaalde bewegingen of loopjes zal wellicht wat moeilijker zijn. De tijd zal het leren. Ik ben er in ieder geval heel nieuwsgierig naar.

Gisteren hebben ze hun laatste sticker verdiend voor hun inzet en prettige les. Over twee weken starten hun ‘FaceTime-lessen’. Ik ga maar eens bedenken wat ik hen dan als ‘sticker’ kan geven.

Les via de computer


Inmiddels is gebleken dat het lesgeven via Skype of FaceTime heel goed werkt bij Maartje en Tigo. In het begin was het even zoeken, maar over het algemeen ben ik zeer tevreden over de voortgang. Beide zijn in staat om te groeien in hun spel. Het enige jammere vind ik dat samenspelen (quatre mains) niet lukt, aangezien mijn piano dan niet altijd hoorbaar is bij hen. Er zit dan teveel ruis in het geluid. Toch opent het perspectieven voor potentiële leerlingen die vanwege de afstand niet bij mij kunnen komen. Volgende week ga ik met Noortje kijken of we voor haar de juiste lesmethode kunnen vinden via Skype. Noortje is dyslectisch en loopt vast bij haar huidige pianodocent. Ze vindt het spannend en is bang dat ik niet begrijp waar zij tegenaan loopt. De toekomst zal het leren.

Wat je zaait, zul je oogsten

IMG_2202

Dyslexie en 'ankermutsje'


De laatste weken ben ik met twee dyslectische leerlingen bezig om de desoriëntatie te verminderen die ontstaat door het lezen van de noten. Het visualiseren van een 'ankermutsje' levert een hoop voordeel op. Het is een punt net achter het hoofd die aan de oren, het voorhoofd en in de nekholte 'vastgemaakt' wordt, zodat een 'mutsje' ontstaat. Hoe je je hoofd ook draait: het mutsje blijft zitten waardoor je je kunt blijven focussen. Het is vooral trainen om dat mutsje daar te laten zitten tijdens het spelen. Dit is niet makkelijk en soms best frustrerend, maar het effect is zodanig groot, dat zij bereid zijn er tijd in te steken en verder te oefenen.

Dyslecten raken zo overgeconcentreerd als ze gedesoriënteerd raken, dat ze hun adem inhouden en uiteindelijk verkrampen. De ogen gaan zoeken naar de juiste noot, het hoofd wordt schuin gehouden om het eens 'van de andere kant' te bekijken en soms gaat het hele lijf mee wiebelen. Dat is het moment van opgeven. Door hen er aan te 'herinneren' dat ze hun mutsje opzetten, kunnen ze hele regels en soms hele liedjes achter elkaar doorspelen. Dit zijn fijne succeservaringen voor hen zodat de motivatie hoog is om door te gaan.

Dyslexie en taart


Ik wil iets meer uitleggen hoe ik werk met dyslectische leerlingen. De vorige pianoles-ervaring ging over het ‘ankermutsje’. Dat gegeven zal ik hier wat nader toelichten:

Als je je hand ophoudt met de palm naar boven, kun je je voorstellen dat je daarop een taartpunt zet. Je zet de punt aan de kant van jouw vingers, de brede kant aan de kant van jouw arm. Nu kun je je voorstellen dat je de taartpunt van de zijkant bekijkt: je ‘loopt’ als het ware naar die zijkant en ‘ziet’ de taartpunt van de zijkant. Zo kun je ook naar de punt van de taart kijken en er zelfs helemaal omheen ‘lopen’. Dit noem ik het innerlijke oog. Hiermee kun je dingen vanuit diverse hoeken bekijken zonder dit daadwerkelijk te doen.

Een dyslect heeft een ‘overactief’ innerlijk oog. Hij begint netjes recht voor zich en kijkt naar de brede kant van de taartpunt. Echter, als de achterkant beter bekeken moet worden, zal hij niet bijvoorbeeld van links naar rechts kijken, maar schiet met zijn innerlijke oog van de achterkant naar de zijkant, naar de andere zijkant, naar boven, naar de punt etc. Hoe moeilijker de opdracht, hoe meer sprongen het innerlijke oog maakt, waardoor de dyslect het spoor bijster raakt en ‘niets’ meer ziet. In de opmaat daarvan houdt hij zijn adem in, spant zijn spieren, gaat ‘turen’, voorover buigen om het beter te kunnen zien en stopt uiteindelijk met de opdracht.

Op het moment dat het ankermutsje opgezet wordt, is het (na oefening) niet meer mogelijk om met het innerlijke oog naar andere gezichtspunten te springen. Het oog blijft vanuit één gezichtspunt kijken (de achterkant van de taartpunt) en de dyslect is in staat om de opdracht goed af te ronden.

Om dit naar muzieknoten lezen (of lezen in het algemeen) te vertalen:
Zonder ankermutsje zal de dyslect netjes beginnen met de eerste noten. Daarna zal hij iets zien wat hem afleidt (een noot die hij niet direct herkent, tekst, een dynamiekteken). Door deze verwarring schiet zijn innerlijke oog weg, waardoor hij tijd nodig heeft om weer te zoeken waar hij ook alweer was. Dit kan nog redelijk snel gaan. Maar zodra er weer iets onverwachts langskomt (een ander ritme of een voorteken bijvoorbeeld), zal hij zijn adem in gaan houden door de overconcentratie. Spieren beginnen te spannen (want de zuurstoftoevoer stopt) en het innerlijk oog zoekt houvast door weg te schieten. De ogen beginnen te turen, hij begint te wiebelen en hij zal letterlijk vooroverbuigen om het geheel ‘wat beter te bekijken’. Ondertussen is er veel tijd voorbij waardoor het muziekstuk niet echt als muziek klinkt en hij geeft het met een diepe zucht op. Zóveel concentratie …

Op het moment dat ik het ankermutsje aanleer, geef ik continue opdrachten: ontspan, ademhalen, muts op, adem, ontspan, muts, etc. op het moment dat ik de ogen zie wegdraaien. Dit is voor dyslecten HEEL hard werken. Het innerlijke oog is niet gewend om stil te staan en een gevoel van duizeligheid en zelfs misselijkheid ontstaat. De leerling kan daar heel erg moe van worden en zich ziek voelen. In het begin kan het voorkomen dat deze oefening maar een enkele minuut kan worden volgehouden. Maar hoe mooi is het dat het muziekstukje nu enkele maten doorgespeeld kan worden of zelfs in één keer uitgespeeld kan worden! Dat geeft een flinke boost aan het zelfvertrouwen. En na een poos oefenen lukt het om piano te spelen!